Van de ‘automatische piloot’ naar zélf sturen

Gepubliceerd op: 29 augustus 2018 13:32

Hoe Anne afrekende met haar laaggeletterdheid. Ongeveer 2,5 miljoen (!) Nederlanders is, zoals dat heet, laaggeletterd. Dat wil zeggen dat zij niet of heel slecht kunnen lezen, schrijven of rekenen. Onrustbarende cijfers! Waarbij vrijwel niemand stilstaat. Kunnen lezen-en-schrijven is vanzelfsprekend. En rekenen; ach, de een kan het beter dan de ander, en ook dat is normaal.

Anne (54, Oldebroek) is iemand uit die groep laaggeletterden. Maar inmiddels tot haar immense vreugde: wás zo iemand.

Opgegroeid in een gezin waarin het ‘niet gezellig’ was. Waarin ze zich het zwarte schaap voelde en waarin voor haar onderwijs eerder een bijkomstigheid was dan een levensbehoefte. En als je dan ook nog om de oren wordt geslagen met ‘dat kun je toch niet, dat wordt toch niks, begin er maar niet aan, niks voor jou..’, en op school véél wordt gepest. Dan is het zo gek niet dat lezen-en-schrijven niks wordt. Het woord stimuleren bestond voor haar niet.

Om in een dergelijke omgeving je enigszins te redden, ontwikkelde Anne beetje bij beetje haar ‘automatische piloot’. Al heel snel, rond haar negende jaar, ontdekt ze dat lezen en schrijven niet ging. En wat doet een kind dat zich achtergesteld voelt dan? Anne lachte en blufte zich langs de afgronden der grammatica, trok zich vaak terug én ging een vast verbond aan met haar ‘piloot’. Haar redder in de nood, waarvan ze zich toen overigens heel sterk bewust was. Als het erop aan kwam, hoorde ze er gewoon níet bij. Wat een pijn en schaamte!

Helemaal toen ze op haar achttiende de jongen ontmoette met wie ze later zou trouwen, en nog getrouwd is. Hij liet haar een brief zien, en vroeg of ze begreep waar die over ging. Een onvoorstelbaar pijnlijk moment! Je bent verliefd en moet tot je diepe schande bekennen dat je die brief níet kunt lezen. Anne zakte bijna in de grond, maar besloot ook ‘er wat aan te doen’. Al duurde dat lang en kostte dat heel veel moeite. Naar een avondschool, waar ze ‘gelijkgestemden’ ontmoette. Het werd ondanks alle inspanningen geen succes, en ze stopte met die school.

Anne kreeg, inmiddels midden twintig, een baan als verkoopster. Maar hoe ging dat dan bijvoorbeeld met het lezen van labels? ‘Ach, als je een trui in je hand hebt weet je dat dat een trui is, natuurlijk, en voor de rest gokte ik. Het gekke was dat ik toen best wel veel afzonderlijke woorden kon lezen, maar er een zin van maken om op te lezen… Dat ging echt niet.’ En met de reddende engelen van de brede lach, een geintje, wat bluf en de automatische piloot…, ach, daar kom je heel ver mee, wist ze als geen ander. ‘En ja, ik kwam toch ook altijd met de goeie boodschappen thuis?’  

Maar, oh, wat ben ik blij dat ik de stap heb gezet. Echt, onvoorstelbaar. Wat zou ik andere mensen die met hetzelfde zitten waar ik jaren mee heb geworsteld, willen helpen. Doe het, zet die stap!

Maar de pijn over haar ‘tekortkoming’ – het woord laaggeletterdheid was nog lang niet uitgevonden – bleef vreten. Je mag dan nog zo vindingrijk zijn om langs de kliffen van lezen-en-schrijven te zeilen, die steeds ellendiger wordende pijn leidde er ook toe dat Anne zich, wat ze noemt, ‘terugtrok’. ‘Ik voelde me dom en achterlijk.’

In het dagelijks leven was dat nog net te verdragen, en de kinderen niet hebben kunnen voorlezen… Dat was weliswaar een geweldige last en pijnlijk geweest, maar die fase was ze doorgerold. Ook al sloeg ze toen vaak ‘helemaal dicht’. Maar kleinkinderen… Het idee dat ze die niet zou kunnen voorlezen… Het bracht Anne naar de rand van paniek, maar ook naar een resoluut besluit.

Het werd weer een avondschool, en natuurlijk wéér met gelijkgestemden. ‘Overigens, ik pik de mensen die niet kunnen lezen en schrijven er zo uit. Ik zie het aan de manier waarop ze zich in het dagelijks leven bewegen, ik herken hun maniertjes, hun gedrag; had ik zelf toch ook jaren..?’

Over haar resolute besluit vertelt Anne met graagte, in een waterval van woorden. Sinds vier jaar heeft ze een privélerares, die haar wekelijks bij de hand neemt. Deze lerares heeft ze gevonden via het Taalpunt in de gemeente. ‘Ik kan nu mailtjes maken en versturen, ik red me. Al kostte het wel moeite, die stap naar échte hulp. Je moet je niet voor honderd procent inzetten, maar voor honderdtwintig. Het komt je echt niet aanwaaien.’

Anne loopt bijna over van enthousiasme om ook anderen naar de bevrijding uit laaggeletterdheid te trekken. ‘Schaam je er niet voor dat je niet kunt lezen en schrijven. Ik weet nu dat lezen en schrijven de basis is voor je leven. Steek niet je kop in het zand met ‘ik red me wel’, dat heb ik ook heel lang gedaan. Maar, oh, wat ben ik blij dat ik de stap heb gezet. Echt, onvoorstelbaar. Wat zou ik andere mensen die met hetzelfde zitten waar ik jaren mee heb geworsteld, willen helpen. Doe het, zet die stap!’

Anne heeft in de wereld der (ex-)laaggeletterden een naam: taalambassadeur. Het zegt haar niet zoveel, hoewel, een beetje trots dan. Maar dat ze nu haar kleinkinderen kan voorlezen…, ja, dáár is ze trots op!

Herkent u zich in het verhaal van Anne? Loop eens naar het Taalpunt in uw gemeente. Dat zit in de bibliotheek. Vraag wat mogelijk is, of maak een afspraak!

Auteur: Rein van der Sleen